Verschil moet er zijn, want het is er

Laatst zag ik het weer op televisie. ‘De oudere’ werkloze (In Nederland is dat als je de eerste 20 jaar van je loopbaan erop hebt zitten en nog zeker hetzelfde aantal jaren hebt te gaan) komt maar moeizaam aan het werk. Honderden sollicitaties doen ze de deur uit, maar vaak zonder succes. Want DE werkgevers hebben vooroordelen over DE oudere werkzoekende. Ze zouden te duur zijn, ze zijn niet flexibel en ze hebben recht op dure regelingen.

DE Werkgever en DE werknemer

We hebben er in de loop van de jaren hard aan gewerkt om het collectiviteitsdenken in onze arbeidsmarkt te rammen. Het is jarenlang DE werkgevers tegen DE werknemers geweest. Onderling moesten ze allerlei afspraken maken om zichzelf te beschermen tegen de onbetrouwbare nukken van de ander. Hiervoor zal in het verleden genoeg aanleiding geweest zijn. Ik ben blij dat de partijen zich hebben weten te organiseren om zo tot ethisch verantwoorde arbeidsverhoudingen te komen. Wat ik niet begrijp is dat we het collectieve generaliserende denken nog steeds loslaten op de huidige situatie. Daarmee zeg ik niet dat we alles maar los moeten laten, zeker niet. Maar waar ik verdrietig van wordt, is die wij – zij benadering. En waar leidt het toe? Wantrouwen.

Toch raar, want ik heb bij verschillende werkgevers een kijkje mogen nemen. Ik kan je vertellen dat de éne werkgever de andere niet is. Het zal je niet verbazen dat dit ook geldt voor werknemers. Vanuit mijn werk als hr adviseur kan ik stellen dat de één andere behoeften heeft dan de ander. Dat is een logisch gevolg van verschillende organisaties en diversiteit van mensen.

Iedereen is gelijk

We benaderen de arbeidsverhoudingen net als de aanpak van het voetbalgeweld. Als ik naar een wedstrijd wil, moet ik een clubkaart hebben. Dit is geen toegangsbewijs, maar een soort lidmaatschap van de club. Met die kaart kan ik vervolgens een toegangsbewijs kopen. De kaart staat op naam en ik kan geen kaart hebben bij meerdere clubs. Supporter zijn van twee betaald voetbalclubs kan niet in ons land. Dit is bedacht om onrust tussen supportersgroepen in stadions te voorkomen. DE supporter moet in toom gehouden worden. Nu kennen we allemaal wel mensen die graag een voetbalwedstrijd bezoeken. Ik denk echter dat verreweg de meeste mensen die dit blog lezen niemand kent die ooit wegens supportersgeweld is aangehouden. Je zou zeggen, er moet toch een andere manier zijn om het wangedrag van een paar ééncelligen te beheersen. De collectieve benadering zorgt er voor dat alle weldenkende supporters net zo worden behandeld als de mensen die een ‘andere’ behandeling wel zouden verdienen.

Eerlijk geregeld? 

Maar hoe eerlijk is een collectieve benadering? Een aantal jaren terug was ik in gesprek met een directeur van de instelling waar ik toen werkte. Hij viel qua arbeidsvoorwaarden onder de cao. Zo had hij ook recht op extra verlof in het kader van de toen geldende 55+ regeling. Hij vroeg zich af wat hij in godsnaam met die uren moest. Het gevoeligste was ik echter voor zijn onderliggende redenering. Hij kon zich heel goed voorstellen dat je mensen met fysiek zwaar werk op één of andere manier moet ontlasten als hun lichaam dit nodig heeft. Zijn werk echter, bestond uit vergaderen en bureauwerkzaamheden. Gezien zijn leeftijd en ervaring vond hij daarom dat hij juist minder rust nodig had. Iemand van 35 jaar op zijn positie moest misschien wel veel harder werken om hetzelfde te bereiken. Dan is het toch ook redelijk om diegene meer rust te gunnen? Het was in zijn ogen totaal afhankelijk van de positie en het individu hoe je om diende te gaan met de arbeid-rust verhouding.

Om eerlijk te zijn was dit voor mij voor het eerst dat ik ging nadenken over het “stigma” dat DE oudere medewerker het zwaarder heeft en om die reden bepaalde regelingen moet hebben. In elk geval ging ik me afvragen hoe eerlijk het is om arbeidsverhoudingen vanuit collectiviteit te benaderen. De laatste jaren zie je steeds meer de roep om flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden en zelfs de cao staat ter discussie. Dit overigens niet alleen vanuit werkgevers. Op die momenten doemt de oude waarde van gelijke behandeling weer op. Gelijkheid is eerlijk!!!

Tegelijk voelt het voor mij als kinderachtig. Mijn zusje heeft een lollie dus ik wil er ook één! Maar als je kind te veel snoept zeg je daar als ouder toch ook nee tegen? Ouders leggen in elk geval niet tot in de details vast wanneer iemand wel of geen lollie mag, maar proberen hierover afspraken te maken.

Verhouding en rechten en plichten

Bij vrijwel alle werkgevers waar ik een kijkje heb mogen nemen benaderden managers en medewerkers mij op vrijwel dezelfde wijze als het om arbeidsvoorwaarden gaat. Managers vroegen vaak ‘wat mag ik doen’ en medewerkers vroegen vaak ‘waar heb ik recht op?’. Meestal vraag ik of ze met elkaar al over de wensen gesproken hebben. Het antwoord is bijna altijd nee. Collectief dichttimmeren van ‘rechten’ en ‘plichten’ helpt redelijk overleg vermijden en zorgt voor een ‘tegen elkaar’ in plaats van ‘een met elkaar’ houding. Wat is eerlijker dan een samen overééngekomen en bij het individu passende oplossing?

De roep om op andere manieren met arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden om te gaan wordt steeds luider. In cao-land zie ik echter geen wezenlijke stappen om hieraan tegemoet te komen. Uiteraard moeten we elkaar beschermen tegen ‘uitbuiten’ en ‘onredelijkheid’. Maar ‘eerlijkheid’ is niet collectief te beheersen. DE jongere, oudere, hoog opgeleide, met de handen werkende, veel reizende werknemer bestaat niet. Net als dat DE werkgevers niet bestaan.